Ongelijk Paar-sokken
Jutta Manninen, de winnares van de Novita Raita sokkenwedstrijd, haalde haar inspiratie voor haar ontwerp uit de heerlijke herfsttinten van Novita 7 Veljestä Raita. Door elke sok op een ander punt van het zelfstrepend garen te beginnen, ontstaan er met hetzelfde zelfstrepend garen twee leuke, niet helemaal precies dezelfde sokken. De Eripariset (NL: “Ongelijk Paar”)-sokken vormen een perfect paar – ook al zijn ze niet helemaal identiek.
Suunnittelija
Jutta Manninen
Kieli
Koko/koot
38 (EU)
Valmiin neuleen mitat
Omtrek been: 25 cm
Omtrek voet: 21 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Lankamenekki
Novita 7 Veljestä Raita (939) Herfstochtend 100 g Novita 7 Veljestä (011) Wit 50 g
Puikot ja muut tarvikkeet
Novita sokbreinaalden 3,5 mm, of de naalddikte die nodig is voor de juiste steekverhouding
Julkaistu
Novita.comValmiin neuleen mitat
Omtrek been: 25 cm
Omtrek voet: 21 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Steekpatronen: Verdraaide 1/1 boordsteek in trn: *1 verdr r, 1 av*, herh *–*. Tricotsteek in trn: brei alle stn r. Jacquardpatroon in trn: brei in tricotsteek in trn volgens telpatroon en geschreven instructies.
Steekverhouding: 23 stn in jacquardpatroon = 10 cm
Constructie: de sokken worden van boord naar teen gebreid.
Afkortingen
afh = afhalen
aro (afhalen-recht breien-overhalen) = 1 steek recht afhalen, 1 steek recht breien, afgehaalde steek overhalen
av = averecht
GK = goede kant
herh = herhalen
nld/nldn = naald/naalden
pat = patroon
r = recht
rest. = resterend(e)
2avsambr = 2 stn averecht samenbreien
2rsambr = 2 steken recht samenbreien
st(n) = steek (steken)
tr(n) = toer(en)
verdr = verdraaid (brei de steek door de achterste lus)
VK = verkeerde kant
weersk = weerskanten
Been
Zet met kleur Herfstochtend 56 stn op en verdeel de stn over 4 sokbreinldn, 14 stn per nld. Het begin van de toer ligt tussen nldn I en IV, middenachter. Sluit het werk om rond te breien. Brei 10 trn in verdr 1/1 boordsteek. Brei 1 toer r.
Brei dan verder in jacquardpatroon. Brei trn 1–14 van telpatroon I. Herh de pat herh van 8 stn 7x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in de tweede toer, als volgt: 1r, aro, r tot de laatste 3 stn, 2rsambr, 1r. Er staan 54 stn op de nld.
Brei trn 1–6 van telpatroon II. Herh de pat herh van 6 stn 9x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in de tweede toer, zoals eerder beschreven. Er staan 52 stn op de nld.
Brei trn 1–5 van telpatroon III. Herh de pat herh van 4 stn 13x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in elke toer, zoals eerder beschreven. Er staan 48 stn op de nld. Verdeel de stn opnieuw over de nldn, 12 stn per nld.
Brei trn 1–8 van telpatroon IV. Herh de pat herh van 3 stn 16x tot het einde van de toer. Knip de witte draad af. Brei de hiel met de kleur Herfstochtend.
Hiel
Begin met de hielflap, als volgt: brei de stn van nld I over op nld IV = 24 stn. Laat de rest. stn wachten. Keer het werk en begin met het versterkte hiel-patroon, als volgt:
Nld 1 (VK): 1 st av afh met de draad voor het werk, av tot het einde van de nld. Keer het werk.
Nld 2 (GK): *1 st av afh met de draad achter het werk, 1r*, herh *–* tot het einde van de nld. Keer het werk.
Herh nldn 1–2 in totaal 12 keer = 24 nldn. Brei dan nog 1x nld 1.
Begin nu met de minderingen voor de kleine hiel, als volgt:
Brei verder in het versterkte hiel-patroon. Brei de volgende nld aan de GK in patroon tot de laatste 9 stn, aro, keer het werk, 1 st av afh met de draad voor het werk, 6av, 2avsambr, keer het werk, 1 st av afh met de draad achter het werk, brei in patroon tot de laatste 8 stn, aro, keer het werk. Brei zo verder en herh de minderingen aan weersk van de nld, zoals hierboven beschreven, tot alleen de middelste 8 stn over zijn. Verdeel deze hielflap-stn over 2 nldn, 4 stn per nld. Brei de eerste 4 stn r. Het begin van de toer ligt nu hier, in het midden van de onderkant van de sok. Brei nu weer verder in trn.
Voet
Neem met nld I 12 stn op langs de linkerkant van de hielflap + 1 st tussen de hielflap en nld II. Brei de 4 hielflap-stn r en brei de opgenomen stn verdr r. Brei nldn II en III r. Neem met de nld waarop de 4 andere stn van de kleine hiel staan, 12 stn op langs de rechterkant van de hielflap + 1 st tussen nld III en de hielflap. Brei de opgenomen stn verdr r, brei de rest. 4 stn r. Er staan 58 stn op de nld.
Brei trn 1–10 van telpatroon V, minder daarbij tegelijkertijd voor de spie in trn 1, 3, 5, 7 en 9, zoals aangegeven in het telpatroon. Na alle spie-minderingen zijn er 48 stn over, 12 stn per nld.
Brei trn 1–27 van telpatroon VI. Herh de pat herh van 4 stn 12x tot het einde van de toer. Opmerking: pas de sok steeds even aan. Als de sok de kleine teen bedekt voordat telpatroon VI klaar is, brei dan niet verder volgens telpatroon VI maar brei 1 toer r met de kleur Herfstochtend na de laatste toer in jacquardpatroon. Aan de andere kant, als de sok nog niet lang genoeg is en je hebt alle trn van telpatroon VI gebreid, brei dan verder in tricotsteek met kleur Herfstochtend, tot de kleine teen bedekt is.
Knip de witte draad af. Brei de rest van de sok met de kleur Herfstochtend.
Brei in tricotsteek in trn en begin met de minderingen voor de teen, als volgt: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr, 1r; aan het begin van nldn II en IV, 1r, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er nog 24 stn over zijn, 6 stn per nld. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar 8 over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Brei de tweede sok op dezelfde manier. Begin het zelfstrepend garen (Herfstochtend) bij de tweede sok vanaf het punt waar je bij de eerste sok was geëindigd. Op deze manier worden de sokken lekker verschillend en houd je ook geen 2 kleine restjes garen van 2 bollen over, maar 1 groter restje van 1 bol.
Afwerking
Werk alle losse draadjes weg. Stoom de sokken licht.
Ongelijk Paar-sokken
Koko/koot
38 (EU)
Valmiin neuleen mitat
Omtrek been: 25 cm
Omtrek voet: 21 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Lankamenekki
Novita 7 Veljestä Raita (939) Herfstochtend 100 g Novita 7 Veljestä (011) Wit 50 g
Puikot ja muut tarvikkeet
Novita sokbreinaalden 3,5 mm, of de naalddikte die nodig is voor de juiste steekverhouding
Steekpatronen: Verdraaide 1/1 boordsteek in trn: *1 verdr r, 1 av*, herh *–*. Tricotsteek in trn: brei alle stn r. Jacquardpatroon in trn: brei in tricotsteek in trn volgens telpatroon en geschreven instructies.
Steekverhouding: 23 stn in jacquardpatroon = 10 cm
Constructie: de sokken worden van boord naar teen gebreid.
Afkortingen
afh = afhalen
aro (afhalen-recht breien-overhalen) = 1 steek recht afhalen, 1 steek recht breien, afgehaalde steek overhalen
av = averecht
GK = goede kant
herh = herhalen
nld/nldn = naald/naalden
pat = patroon
r = recht
rest. = resterend(e)
2avsambr = 2 stn averecht samenbreien
2rsambr = 2 steken recht samenbreien
st(n) = steek (steken)
tr(n) = toer(en)
verdr = verdraaid (brei de steek door de achterste lus)
VK = verkeerde kant
weersk = weerskanten
Been
Zet met kleur Herfstochtend 56 stn op en verdeel de stn over 4 sokbreinldn, 14 stn per nld. Het begin van de toer ligt tussen nldn I en IV, middenachter. Sluit het werk om rond te breien. Brei 10 trn in verdr 1/1 boordsteek. Brei 1 toer r.
Brei dan verder in jacquardpatroon. Brei trn 1–14 van telpatroon I. Herh de pat herh van 8 stn 7x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in de tweede toer, als volgt: 1r, aro, r tot de laatste 3 stn, 2rsambr, 1r. Er staan 54 stn op de nld.
Brei trn 1–6 van telpatroon II. Herh de pat herh van 6 stn 9x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in de tweede toer, zoals eerder beschreven. Er staan 52 stn op de nld.
Brei trn 1–5 van telpatroon III. Herh de pat herh van 4 stn 13x tot het einde van de toer.
Brei 2 trn met kleur Herfstochtend en minder in elke toer, zoals eerder beschreven. Er staan 48 stn op de nld. Verdeel de stn opnieuw over de nldn, 12 stn per nld.
Brei trn 1–8 van telpatroon IV. Herh de pat herh van 3 stn 16x tot het einde van de toer. Knip de witte draad af. Brei de hiel met de kleur Herfstochtend.
Hiel
Begin met de hielflap, als volgt: brei de stn van nld I over op nld IV = 24 stn. Laat de rest. stn wachten. Keer het werk en begin met het versterkte hiel-patroon, als volgt:
Nld 1 (VK): 1 st av afh met de draad voor het werk, av tot het einde van de nld. Keer het werk.
Nld 2 (GK): *1 st av afh met de draad achter het werk, 1r*, herh *–* tot het einde van de nld. Keer het werk.
Herh nldn 1–2 in totaal 12 keer = 24 nldn. Brei dan nog 1x nld 1.
Begin nu met de minderingen voor de kleine hiel, als volgt:
Brei verder in het versterkte hiel-patroon. Brei de volgende nld aan de GK in patroon tot de laatste 9 stn, aro, keer het werk, 1 st av afh met de draad voor het werk, 6av, 2avsambr, keer het werk, 1 st av afh met de draad achter het werk, brei in patroon tot de laatste 8 stn, aro, keer het werk. Brei zo verder en herh de minderingen aan weersk van de nld, zoals hierboven beschreven, tot alleen de middelste 8 stn over zijn. Verdeel deze hielflap-stn over 2 nldn, 4 stn per nld. Brei de eerste 4 stn r. Het begin van de toer ligt nu hier, in het midden van de onderkant van de sok. Brei nu weer verder in trn.
Voet
Neem met nld I 12 stn op langs de linkerkant van de hielflap + 1 st tussen de hielflap en nld II. Brei de 4 hielflap-stn r en brei de opgenomen stn verdr r. Brei nldn II en III r. Neem met de nld waarop de 4 andere stn van de kleine hiel staan, 12 stn op langs de rechterkant van de hielflap + 1 st tussen nld III en de hielflap. Brei de opgenomen stn verdr r, brei de rest. 4 stn r. Er staan 58 stn op de nld.
Brei trn 1–10 van telpatroon V, minder daarbij tegelijkertijd voor de spie in trn 1, 3, 5, 7 en 9, zoals aangegeven in het telpatroon. Na alle spie-minderingen zijn er 48 stn over, 12 stn per nld.
Brei trn 1–27 van telpatroon VI. Herh de pat herh van 4 stn 12x tot het einde van de toer. Opmerking: pas de sok steeds even aan. Als de sok de kleine teen bedekt voordat telpatroon VI klaar is, brei dan niet verder volgens telpatroon VI maar brei 1 toer r met de kleur Herfstochtend na de laatste toer in jacquardpatroon. Aan de andere kant, als de sok nog niet lang genoeg is en je hebt alle trn van telpatroon VI gebreid, brei dan verder in tricotsteek met kleur Herfstochtend, tot de kleine teen bedekt is.
Knip de witte draad af. Brei de rest van de sok met de kleur Herfstochtend.
Brei in tricotsteek in trn en begin met de minderingen voor de teen, als volgt: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr, 1r; aan het begin van nldn II en IV, 1r, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er nog 24 stn over zijn, 6 stn per nld. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar 8 over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Brei de tweede sok op dezelfde manier. Begin het zelfstrepend garen (Herfstochtend) bij de tweede sok vanaf het punt waar je bij de eerste sok was geëindigd. Op deze manier worden de sokken lekker verschillend en houd je ook geen 2 kleine restjes garen van 2 bollen over, maar 1 groter restje van 1 bol.
Afwerking
Werk alle losse draadjes weg. Stoom de sokken licht.





