Een beetje verlegen streepjes-sokken
Voordat ze meedeed aan de Novita Raita-sokkenwedstrijd, had Minna Keinänen nog nooit een paar sokken ontworpen – toch raakte ze geïnspireerd om met maar liefst drie verschillende ontwerpen aan de wedstrijd deel te nemen. De subtiel speelse strepen van de ‘Hieman ujot sukkaraidat’ (NL: ”een beetje verlegen sokkenstrepen”) zijn gemaakt met de kleurvariant ‘Regenboog’ van Novita 7 Veljestä Raita. Het kleurverloop van het garen geeft de sokken een vrolijk verrassingselement, waardoor het breien bijzonder verslavend is.
Designer
Minna Keinänen
Language
Size(s)
34(38)42 (EU)
Finished dimensions
Omtrek been/voet: 20(22)24 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Yarn demand
Novita 7 Veljestä (311) Waterval 80(100)120 g (hoofdkleur) Novita 7 Veljestä Raita (980) Regenboog 30(50)60 g (contrastkleur)
Needles and other supplies
Novita sokbreinaalden 3,5 mm, of de naalddikte die nodig is voor de juiste steekverhouding
Finished dimensions
Omtrek been/voet: 20(22)24 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Steekpatronen: 2/2 boordsteek in trn: *2r, 2av*, herh *–*. Tricotsteek in trn: brei alle stn r. Gestreept kabelpatroon in trn: brei volgens telpatroon en de geschreven instructies.
Steekverhouding: 22 stn en 32 trn in tricotsteek = 10 x 10 cm
Constructie: de sokken worden van boord naar teen gebreid.
Tip voor een mooie overgang van de strepen aan het begin van de toer: Brei de eerste toer na de kleurwissel gewoon in patroon zoals beschreven in de instructies, maar begin de tweede toer in dezelfde kleur als volgt: neem met de rechter nld de st op die 1 st onder de eerste st van de volgende toer ligt (= de st in de vorige kleur) en zet deze op de linker nld. Brei dan deze opgenomen st recht samen met de eerste st van de toer. Brei dan verder in patroon.
Afkortingen
afh = afhalen
aro (afhalen-recht breien-overhalen) = 1 steek recht afhalen, 1 steek recht breien, afgehaalde steek overhalen
av = averecht
GK = goede kant
herh = herhalen
KN = kabelnaald
nld/nldn = naald/naalden
pat = patroon
r = recht
rest. = resterend(e)
sambr = samenbreien
2avsambr = 2 stn averecht samenbreien
2rsambr = 2 steken recht samenbreien
st(n) = steek (steken)
tr(n) = toer(en)
verdr = verdraaid (brei de steek door de achterste lus)
VK = verkeerde kant
weersk = weerskanten
Been
Zet met de hoofdkleur 48(52)56 stn op en verdeel de stn over 4 sokbreinldn, 12(13)14 stn per nld. Het begin van de toer ligt tussen nldn I en IV, middenachter. Sluit het werk om rond te breien. Brei 3(4)4 cm in 2/2 boordsteek.
Brei dan verder in gestreept kabelpatroon, als volgt: brei de stn van nld I r, 1(2)3r aan het begin van nld II, brei toer 1 van telpatroon I (pat herh van 22 stn), 1(2)3r aan het einde van nld III, brei de stn van nld IV r. Brei verder in deze indeling, brei de 22 stn van de pat herh op de voorkant van de sok en brei de achterkant van de sok in tricotsteek. Brei trn 2–8 van het telpatroon en herh daarna steeds trn 1–8. Opmerking: Brei trn 3–5 van het telpatroon altijd geheel met de contrastkleur en brei de overige trn met de hoofdkleur. Knip de draad bij een kleurwissel niet af, maar neem de kleur waarmee niet wordt gebreid mee omhoog aan de binnenkant van de sok.
Brei in patroon tot er 4(5)5 strepen in de contrastkleur zijn gebreid (of brei tot de gewenste lengte), eindigend met toer 8 van telpatroon I. Knip de contrastkleur af en brei de hiel met de hoofdkleur.
Hiel
Begin met de hielflap, als volgt: brei de stn van nld I over op nld IV = 24(26)28 stn. Laat de rest. stn wachten. Keer het werk. Brei 1 nld av en minder tegelijkertijd gelijkmatig verdeeld 2 stn = 22(24)26 stn.
Keer het werk en begin met het versterkte hiel-patroon:
Nld 1 (GK): *1 st av afh met de draad achter het werk, 1r*, herh *–* tot het einde van de nld. Keer het werk.
Nld 2 (VK): 1 st av afh met de draad voor het werk, av tot het einde van de nld. Keer het werk.
Herh nldn 1–2 in totaal 11(12)13 keer = 22(24)26 nldn.
Begin dan met de minderingen voor de kleine hiel, als volgt:
Brei verder in het versterkte hiel-patroon. Brei de volgende nld aan de GK in patroon tot de laatste 8(9)9 stn, aro, keer het werk, 1 st av afh met de draad voor het werk, 6(6)8av, 2avsambr, keer het werk, 1 st av afh met de draad achter het werk, brei in patroon tot de laatste 7(8)8 stn, aro, keer het werk. Brei zo verder en herh de minderingen aan weersk van de nld, zoals hierboven beschreven, tot alleen de middelste 8(8)10 stn over zijn. Verdeel deze hielflap-stn over 2 nldn, 4(4)5 stn per nld. Brei de eerste 4(4)5 stn r. Het begin van de toer ligt nu hier, in het midden van de onderkant van de sok. Brei nu weer verder in trn.
Voet
Neem met nld I 11(12)13 stn op langs de linkerkant van de hielflap + 1 st tussen de hielflap en nld II. Brei de 4(4)5 hielflap-stn r en brei de opgenomen stn verdr r. Brei de stn op nldn II en III in patroon (beginnend bij toer 1 van telpatroon I). Neem met de nld waarop de 4(4)5 andere stn van de kleine hiel staan, 11(12)13 stn op langs de rechterkant van de hielflap + 1 st tussen nld III en de hielflap. Brei de opgenomen stn verdr r, brei dan de 4(4)5 stn r. Er staan 56(60)66 stn op de nld.
Brei verder in patroon zoals bij het been (beginnend bij toer 2 van telpatroon I) en begin tegelijkertijd in de volgende toer met de minderingen voor de spie, als volgt: aan het einde van nld I, 2rsambr; aan het begin van nld IV, aro. Herh deze minderingen in elke tweede toer tot er op nldn I en IV 12(13)14 stn staan. Er staan na de minderingen 48(52)56 stn op de nld.
Brei verder in patroon zonder minderingen, tot de voet een lengte heeft van 17(20)22 cm, of tot de kleine teen bedekt is. Begin dan met de minderingen voor de teen, blijf daarbij in patroon breien en blijf de kabels zo lang mogelijk doorbreien. Minder als volgt:
Maat 34: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr; aan het begin van nldn II en IV, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er op elke nld 6(–)– stn over zijn. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar 8(–)– stn over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Maten 38 en 42: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr, 1r; aan het begin van nldn II en IV, 1r, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er op elke nld –(6)7 stn over zijn. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar –(8)8 stn over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Brei de tweede sok op dezelfde manier, maar brei het kabelpatroon nu volgens telpatroon II.
Afwerking
Werk alle losse draadjes weg. Stoom de sokken licht.
Een beetje verlegen streepjes-sokken
Size(s)
34(38)42 (EU)
Finished dimensions
Omtrek been/voet: 20(22)24 cm, de lengte van de voet is aanpasbaar
Yarn demand
Novita 7 Veljestä (311) Waterval 80(100)120 g (hoofdkleur) Novita 7 Veljestä Raita (980) Regenboog 30(50)60 g (contrastkleur)
Needles and other supplies
Novita sokbreinaalden 3,5 mm, of de naalddikte die nodig is voor de juiste steekverhouding
Steekpatronen: 2/2 boordsteek in trn: *2r, 2av*, herh *–*. Tricotsteek in trn: brei alle stn r. Gestreept kabelpatroon in trn: brei volgens telpatroon en de geschreven instructies.
Steekverhouding: 22 stn en 32 trn in tricotsteek = 10 x 10 cm
Constructie: de sokken worden van boord naar teen gebreid.
Tip voor een mooie overgang van de strepen aan het begin van de toer: Brei de eerste toer na de kleurwissel gewoon in patroon zoals beschreven in de instructies, maar begin de tweede toer in dezelfde kleur als volgt: neem met de rechter nld de st op die 1 st onder de eerste st van de volgende toer ligt (= de st in de vorige kleur) en zet deze op de linker nld. Brei dan deze opgenomen st recht samen met de eerste st van de toer. Brei dan verder in patroon.
Afkortingen
afh = afhalen
aro (afhalen-recht breien-overhalen) = 1 steek recht afhalen, 1 steek recht breien, afgehaalde steek overhalen
av = averecht
GK = goede kant
herh = herhalen
KN = kabelnaald
nld/nldn = naald/naalden
pat = patroon
r = recht
rest. = resterend(e)
sambr = samenbreien
2avsambr = 2 stn averecht samenbreien
2rsambr = 2 steken recht samenbreien
st(n) = steek (steken)
tr(n) = toer(en)
verdr = verdraaid (brei de steek door de achterste lus)
VK = verkeerde kant
weersk = weerskanten
Been
Zet met de hoofdkleur 48(52)56 stn op en verdeel de stn over 4 sokbreinldn, 12(13)14 stn per nld. Het begin van de toer ligt tussen nldn I en IV, middenachter. Sluit het werk om rond te breien. Brei 3(4)4 cm in 2/2 boordsteek.
Brei dan verder in gestreept kabelpatroon, als volgt: brei de stn van nld I r, 1(2)3r aan het begin van nld II, brei toer 1 van telpatroon I (pat herh van 22 stn), 1(2)3r aan het einde van nld III, brei de stn van nld IV r. Brei verder in deze indeling, brei de 22 stn van de pat herh op de voorkant van de sok en brei de achterkant van de sok in tricotsteek. Brei trn 2–8 van het telpatroon en herh daarna steeds trn 1–8. Opmerking: Brei trn 3–5 van het telpatroon altijd geheel met de contrastkleur en brei de overige trn met de hoofdkleur. Knip de draad bij een kleurwissel niet af, maar neem de kleur waarmee niet wordt gebreid mee omhoog aan de binnenkant van de sok.
Brei in patroon tot er 4(5)5 strepen in de contrastkleur zijn gebreid (of brei tot de gewenste lengte), eindigend met toer 8 van telpatroon I. Knip de contrastkleur af en brei de hiel met de hoofdkleur.
Hiel
Begin met de hielflap, als volgt: brei de stn van nld I over op nld IV = 24(26)28 stn. Laat de rest. stn wachten. Keer het werk. Brei 1 nld av en minder tegelijkertijd gelijkmatig verdeeld 2 stn = 22(24)26 stn.
Keer het werk en begin met het versterkte hiel-patroon:
Nld 1 (GK): *1 st av afh met de draad achter het werk, 1r*, herh *–* tot het einde van de nld. Keer het werk.
Nld 2 (VK): 1 st av afh met de draad voor het werk, av tot het einde van de nld. Keer het werk.
Herh nldn 1–2 in totaal 11(12)13 keer = 22(24)26 nldn.
Begin dan met de minderingen voor de kleine hiel, als volgt:
Brei verder in het versterkte hiel-patroon. Brei de volgende nld aan de GK in patroon tot de laatste 8(9)9 stn, aro, keer het werk, 1 st av afh met de draad voor het werk, 6(6)8av, 2avsambr, keer het werk, 1 st av afh met de draad achter het werk, brei in patroon tot de laatste 7(8)8 stn, aro, keer het werk. Brei zo verder en herh de minderingen aan weersk van de nld, zoals hierboven beschreven, tot alleen de middelste 8(8)10 stn over zijn. Verdeel deze hielflap-stn over 2 nldn, 4(4)5 stn per nld. Brei de eerste 4(4)5 stn r. Het begin van de toer ligt nu hier, in het midden van de onderkant van de sok. Brei nu weer verder in trn.
Voet
Neem met nld I 11(12)13 stn op langs de linkerkant van de hielflap + 1 st tussen de hielflap en nld II. Brei de 4(4)5 hielflap-stn r en brei de opgenomen stn verdr r. Brei de stn op nldn II en III in patroon (beginnend bij toer 1 van telpatroon I). Neem met de nld waarop de 4(4)5 andere stn van de kleine hiel staan, 11(12)13 stn op langs de rechterkant van de hielflap + 1 st tussen nld III en de hielflap. Brei de opgenomen stn verdr r, brei dan de 4(4)5 stn r. Er staan 56(60)66 stn op de nld.
Brei verder in patroon zoals bij het been (beginnend bij toer 2 van telpatroon I) en begin tegelijkertijd in de volgende toer met de minderingen voor de spie, als volgt: aan het einde van nld I, 2rsambr; aan het begin van nld IV, aro. Herh deze minderingen in elke tweede toer tot er op nldn I en IV 12(13)14 stn staan. Er staan na de minderingen 48(52)56 stn op de nld.
Brei verder in patroon zonder minderingen, tot de voet een lengte heeft van 17(20)22 cm, of tot de kleine teen bedekt is. Begin dan met de minderingen voor de teen, blijf daarbij in patroon breien en blijf de kabels zo lang mogelijk doorbreien. Minder als volgt:
Maat 34: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr; aan het begin van nldn II en IV, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er op elke nld 6(–)– stn over zijn. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar 8(–)– stn over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Maten 38 en 42: aan het einde van nldn I en III, 2rsambr, 1r; aan het begin van nldn II en IV, 1r, aro. Herh deze minderingen zoals hierboven beschreven, in elke tweede toer, tot er op elke nld –(6)7 stn over zijn. Herh de minderingen dan in elke toer, tot er in totaal nog maar –(8)8 stn over zijn. Knip de draad af, rijg het draadeinde door de rest. stn, trek goed aan en zet vast aan de binnenkant.
Brei de tweede sok op dezelfde manier, maar brei het kabelpatroon nu volgens telpatroon II.
Afwerking
Werk alle losse draadjes weg. Stoom de sokken licht.







